Conjunctuurinformatie: Nederlandse industrie produceerde minder

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact
10-02-2020

De gemiddelde dagproductie van de Nederlandse industrie was in december 0,6 procent lager dan in dezelfde maand in 2018. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) was in vrijwel alle bedrijfsklassen sprake van krimp. Alleen de machine-industrie groeide. Voor het bepalen van de kortetermijnontwikkeling van de productie kijkt het CBS naar voor seizoen- en werkdageffecten gecorrigeerde cijfers. Ten opzichte van de voorgaande maand daalde de productie in december met 1,7 procent.

 

Industriële ondernemers waren in januari minder positief dan een maand eerder. Dan gaat het met name over het orderboek. Over de verwachte bedrijvigheid waren ze beter te spreken. De bezettingsgraad van de machines en installaties in de industrie was begin dit jaar 82,7 procent. Dat is het laagste niveau in drie jaar. Drie maanden geleden werden machines en installaties nog voor 84 procent benut.

 

Weinig internationale kenniswerkers in Nederland

Nederland heeft vergeleken met andere Europese landen relatief weinig internationale kenniswerkers. In veel andere Europese landen gaat het gemiddeld om een groter deel van de beroepsbevolking, aldus het CBS.

 

Het betreft hoogopgeleide personen die hier soms al jarenlang wonen, maar in een ander land zijn geboren. Nederland telde van 2016 tot en met 2018 gemiddeld 383.000 van deze internationale kenniswerkers. Dat is 4,2 procent van de Nederlandse beroepsbevolking.

 

In onder meer Zwitserland, Ierland, België en Duitsland gaat het relatief om meer mensen. Van de onderzochte Europese landen kende Luxemburg met 26 procent het grootste aandeel kenniswerkers van over de grens.

 

Twee derde van de internationale kenniswerkers in Nederland doet werk op zijn opleidingsniveau. Ze werken bijvoorbeeld als technicus of als manager. Nederland komt daarmee achter de koplopers Luxemburg en Zwitserland, maar net voor de buurlanden België, Verenigd Koninkrijk en Duitsland. Verder valt het op dat de internationale kenniswerkers in Nederland in Europees perspectief het meest (20 procent) als zelfstandige aan de slag zijn.

 

Recordaantal bedrijfsoprichtingen in 2019

In Nederland zijn vorig jaar 207.000 nieuwe ondernemingen opgericht. Volgens het CBS is het nog niet eerder voorgekomen dat zoveel nieuwe bedrijven het levenslicht zagen. In vergelijking met 2018 waren het er 23.000 meer. Driekwart van het aantal opgestarte bedrijven betrof een eenmanszaak.

 

Net als voorgaande jaren werden vooral specialistische zakelijke dienstverleners opgericht. Daarnaast was het stichten van handels- en bouwondernemingen populair. Bij de handel gaat het dan vaak om webshops. Hier was sprake van een verdubbeling ten opzichte van 2018. Daarmee was de webwinkel de populairste onderneming om op te richten. De tien jaar daarvoor was die eer weggelegd voor organisatieadviesbureaus.

 

115.000 bedrijven werden vorig jaar opgeheven. Daarmee was sprake van een toename van 8 procent op jaarbasis. In absolute aantallen verdwenen de meeste ondernemingen ook in de specialistisch zakelijke dienstverlening. Opvallend was verder het groeiend aantal opheffingen in het onderwijs. Die groep nam met bijna een vijfde toe in vergelijking met een jaar eerder. Vooral voor studiebegeleiders bleek 2019 een moeilijk jaar. Zij waren goed voor een kwart van de stoppende bedrijven in het onderwijs. Ook bij de post- en koeriersdiensten en in de overige zakelijke dienstverlening stopten relatief veel bedrijven. Onder de laatste groep vallen ook de callcenters. In de handel was het verloop bij de webwinkels het grootst.

 

Sinds 2007 vormen de eenmanszaken de grootste groep bedrijven bij de starters. Hun aandeel in de totale bedrijvenpopulatie is voortdurend toegenomen. Op 1 januari van dit jaar was twee derde van alle bedrijven een eenmanszaak, waar dat in 2007 net iets meer dan de helft was. Het aantal eenmanszaken is in deze periode bijna verdubbeld naar ruim 1,2 miljoen.