Corona & belastingen

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact

Om de economische impact van het coronavirus voor ondernemers te verzachten voert de Belastingdienst een ruimhartig fiscaal uitstelbeleid. Ondernemers die door de coronacrisis in financiële problemen zijn gekomen, komen in aanmerking voor uitstel van betaling van belastingschulden. U kunt hiervoor een verzoek indienen nadat u een aanslag heeft ontvangen. We geven beknopt aan hoe dat in de praktijk werkt en waar meer informatie is te vinden. Meer dan 100.000 ondernemers hebben al uitstel van belasting aangevraagd. De periode waarin ondernemers belastinguitstel kunnen aanvragen is verlengd tot 1 oktober 2020. Ook andere belastingmaatregelen zoals de versoepeling van het urencriterium voor zzp’ers, de btw-vrijstelling voor medische hulpgoederen, de btw-vrijstelling voor uitlenen van zorgpersoneel zijn verlengd tot 1 oktober 2020. Op de site van de Belastingdienst staat een online formulier waarmee verlenging kan worden aangevraagd. Als voor drie maanden verkregen uitstel afloopt, worden de ondernemers die niet tijdig een verlengingsverzoek hebben gedaan, door de Belastingdienst benaderd. Daarbij zal verwezen worden naar de digitale voorziening voor het verlengen van uitstel. Uitstel zal niet voor dat moment worden ingetrokken.

 

U kunt uitstel van betaling aanvragen voor aanslagen loonbelasting, omzetbelasting, inkomstenbelasting, vennootschapsbelasting, kansspelbelasting, assurantiebelasting en verhuurderheffing. En ook voor milieubelastingen, te weten energiebelasting, opslag duurzame energie, kolenbelasting, afvalstoffenbelasting en belasting op leidingwater. Ook voor accijns op minerale oliën, alcohol en tabak en verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken en alle vergelijkbare belastingen in Caribisch Nederland is uitstel mogelijk. Verder is uitstel van betalen van BPM mogelijk voor vergunninghouders. Dat uitstel geldt vanaf het tijdvak mei 2020. Een verzoek om uitstel van betaling van BPM is pas mogelijk als een naheffingsaanslag is opgelegd voor het tijdvak mei 2020. Dat zal omstreeks half juli 2020 zijn.

 

MKB-Nederland en VNO-NCW vinden het belangrijk om te benadrukken dat de overheid het steunbeleid langer kan volhouden als ondernemers voor wie er geen noodzaak is voor uitstel daar ook geen gebruik van maken. Ondernemers die nu weinig hinder ondervinden van de crisis, moeten daarom gewoon blijven afdragen, zodat degene die in nood verkeren langer kunnen steunen op de overheid.

 

 

Aanvragen van uitstel

Het uitstel kan zowel met een online formulier als per brief worden aangevraagd. Het online formulier 'Verzoek bijzonder uitstel van betaling voor 3 maanden' staat op de website van de Belastingdienst. De toegang is beveiligd met DigiD. Ook als de onderneming een rechtspersoon is moet het DigiD (van een werknemer of fiscaal dienstverlener) gebruikt worden. Een ondernemer kan het verzoek om uitstel van betaling ook opsturen: Belastingdienst, Postbus 100, 6400 AC Heerlen.

Voor alle hiervoor genoemde belastingen geldt dit versoepelde uitstelbeleid voor alle verzoeken die zijn gedaan tot 1 oktober 2020. Meer informatie is te vinden op de website van de Belastingdienst. Let op, voor belastingen die zijn verschuldigd bij invoer geldt een andere procedure dan hierboven beschreven. Het kan hierbij gaan om omzetbelasting en accijns die verschuldigd zijn bij invoer. Hiervoor geldt de uitstelprocedure zoals beschreven onder het kopje 'Douanemaatregelen in het kader van corona'. Ook treft u daar een link aan naar de site van de Douane waar informatie is te vinden.  

 

 

Geen boete en geen rente

Nadat de Belastingdienst uw verzoek heeft ontvangen, stopt de Belastingdienst met invorderingsmaatregelen. U krijgt automatisch 3 maanden uitstel van betaling. Een boete voor het niet op tijd betalen van btw of loonheffingen hoeft u niet te betalen. Ook is de te betalen invorderingsrente vanaf 23 maart zo goed als nihil (0,01%) en is de te betalen belastingrente vanaf 1 juni zo goed als nihil (0,01%). Uitzondering voor de invorderingsrente vormt de inkomstenbelasting waarvoor de tijdelijke verlaging van de invorderingsrente per 1 juli 2020 ingaat.

De belastingrente en invorderingsrente voor alle belastingmiddelen zijn tot 1 oktober 2020 verlaagd naar 0,01%. Bij het aflopen van het uitstel zal ondernemers een passende betalingsregeling worden geboden. Er volgt nog informatie over de concrete vormgeving hiervan.  

 

 

Tot drie maanden uitstel

Vanaf het moment dat de ondernemer zich meldt, wordt de invordering van zijn belastingschulden voor de genoemde belastingen direct stopgezet. Ondernemers krijgen dus meteen uitstel van betaling. De inhoudelijke beoordeling door de Belastingdienst vindt pas na drie maanden plaats. De ondernemer krijgt in die periode de gelegenheid om aanvullende informatie aan te leveren als voor langer dan drie maanden uitstel wordt gevraagd.

Eén verzoek volstaat voor uitstel van alle soorten openstaande belastingschulden. De ondernemer krijgt automatisch drie maanden uitstel van betaling; dat geldt voor de openstaande schuld op het moment van het verzoek en voor de nieuw opkomende belastingschulden in de periode van drie maanden. Er hoeft dus niet steeds een nieuw verzoek om uitstel te worden gedaan.

 

 

Uitstel langer dan drie maanden

Onder voorwaarden is langer uitstel dan drie maanden mogelijk. De ondernemer kan om deze langere uitsteltermijn vragen in zijn eerste verzoek om uitstel of kan hier binnen de periode van drie maanden na zijn eerste uitstelverzoek alsnog schriftelijk of (op termijn) digitaal via een daartoe bestemd formulier om vragen. Voor dit langere uitstel gelden de volgende  voorwaarden:

  1. De bestaande betalingsproblemen maken langer uitstel noodzakelijk.
  2. Deze betalingsproblemen zijn hoofdzakelijk door de coronacrisis ontstaan.
  3. Er is voor de belastingschuld waarvoor het uitstel wordt gevraagd voldaan aan de aangifteplicht.
  4. Het gevraagde uitstel heeft betrekking op een of meer belastingen waarvoor bijzonder uitstel kan worden gevraagd.
  5. Als de totale belastingschuld ten tijde van ontvangst van het verzoek om uitstel € 20.000 of meer bedraagt is een verklaring van een derde-deskundige vereist.
  6. Als aanvullende eis geldt nu dat ondernemers geen dividend en bonussen mogen uitkeren, of eigen aandelen inkopen. De vormgeving van deze verklaring wordt nader uitgewerkt.

 

Verleend uitstel heeft een tijdelijk karakter en zal worden ingetrokken zodra de omstandigheden dit mogelijk maken. Dit kan het geval zijn als het kabinet de beperkingen opheft ten aanzien van de branche waarin de ondernemer verkeert. Bijvoorbeeld in geval van een horecaonderneming: als de horeca weer open mag. Gedurende het uitstel kan de ontvanger om tussentijdse aflossingen vragen als de liquiditeitspositie van de ondernemer dat toelaat. Het toegekende uitstel van langer dan drie maanden duurt totdat het uitstel wordt ingetrokken. Dat zal in ieder geval niet eerder zijn dan 1 oktober 2020. Bij het aflopen van het uitstel zal ondernemers een passende betalingsregeling worden geboden. Het kabinet komt nog met informatie over de concrete vormgeving hiervan.

 

Verklaring derde-deskundige

De verklaring van de derde-deskundige, die is vereist bij een belastingschuld van € 20.000 of meer, wordt door de Belastingdienst geaccepteerd als de verklaring in ieder geval de volgende elementen bevat:

  • Een verklaring dat aannemelijk is dat er sprake is van werkelijke betalingsproblemen op het moment van het verzoek om uitstel of naar verwachting op korte termijn daarna. Bij ‘korte termijn’ valt te denken aan de periode waarin de actuele beperkingen van het kabinet ten aanzien van de betreffende ondernemer gelden, zoals de sluiting van de horeca, sportaccommodaties en kinderopvang tot en met 28 april en het verbod op evenementen tot 1 juni.
  • Een verklaring dat aannemelijk is dat deze betalingsproblemen hoofdzakelijk door de coronacrisis zijn ontstaan.
  • Een liquiditeitsprognose die volgens de derde-deskundige plausibel is. Deze prognose is opgesteld aan de hand van de feiten en omstandigheden die op het moment van het indienen van het verzoek om uitstel van betaling bekend zijn. In de toelichting bij de verklaring geeft de derde-deskundige aan welke documenten of gegevens door de ondernemer zijn verstrekt. Zo nodig licht hij dit nader toe. Niet vereist is dat de derde-deskundige een zogenoemde assuranceverklaring geeft dat de ondernemer voldoet aan de voorwaarden.

Samenloop uitstelvormen

Noch het feit dat aan de ondernemer eerder uitstel op grond van het bestaande beleid is verleend, noch het feit dat de ondernemer verzoekt om een andere vorm van uitstel, vormt een belemmering voor het toekennen van uitstel van betaling op grond van dit onderdeel.

 

Geen verrekening belastingteruggaven

Gedurende het uitstel verrekent de ontvanger geen belastingteruggaven (van enige soort) met de belastingschuld waarvoor uitstel van betaling is verleend, tenzij de ondernemer hierom verzoekt (of de belangen van de Staat worden geschaad). Dit is niet van toepassing bij de verrekening van rechten bij invoer.

 

Uitstel van loonbelasting en omzetbelasting

Loonbelasting is een aangiftebelasting. Normaal gesproken berekent u zelf de hoogte van de ingehouden loonbelasting die u moet afdragen in uw maandelijkse (of 4-wekelijkse) aangifte, en maakt vervolgens het bedrag dat uit de aangifte volgt over aan de Belastingdienst. U doet iedere maand (of 4 weken) aangifte over de maand ervoor. Dit betekent dat u in maart aangifte doet over de februari. Als u in financiële problemen bent gekomen doet u nog steeds aangifte, maar laat u de betaling van de loonbelasting achterwege. De belastingdienst registreert het feit dat u niet (tijdig) heeft betaald en zal u een zogenoemde naheffingsaanslag voor de loonbelasting opleggen. Na ontvangst van deze naheffingsaanslag kunt u het verzoek om uitstel van betaling indienen. 

 

 

Omzetbelasting

Ook omzetbelasting (btw) is een aangiftebelasting. Ook hierbij geldt dat u periodiek (nagenoeg in alle gevallen per kwartaal) aangifte doet na afloop van het aangiftetijdvak. In april doet u dus aangifte over het eerste kwartaal. Normaal gesproken berekent u zelf het te betalen bedrag zoals dat volgt uit de aangifte, en maakt dat bedrag over naar de Belastingdienst. Ook hier geldt dat u nog steeds aangifte blijft doen, maar de betaling achterwege blijft. Dit leidt ertoe dat u een naheffingsaanslag voor de omzetbelasting krijgt. Na ontvangst van de naheffingsaanslag vraagt u uitstel van betaling aan. In afwijking van hetgeen is beschreven onder het kopje 'Aanvragen van uitstel', geldt voor het aanvragen van uitstel van betaling voor omzetbelasting die is verschuldigd bij invoer de procedure zoals beschreven onder het kopje 'Douane-maatregelen in het kader van corona'. Ook treft u daar een link aan naar de site van de Douane waar informatie is te vinden.

 

Deblokkeren g-rekening

Voor ondernemers die veelal werken met een g-rekening, bijvoorbeeld de uitzendbranche en de bouw, is er een aanvullende maatregel genomen zodat ook zij gebruik kunnen maken van het versoepelde uitstelbeleid. Een g-rekening is een geblokkeerde bankrekening waarmee normaal gesproken alleen de loonheffing en de btw aan de Belastingdienst kan worden betaald. Naast de bestaande mogelijkheid voor het deblokkeren van overschotten, is het nu ook mogelijk om de g-rekening vrij te geven ter hoogte van het bedrag waarvoor bijzonder uitstel van betaling is verleend. Hierdoor krijgen ondernemers met een g-rekening dezelfde mogelijkheden als ondernemers zonder g-rekening. Een instructie voor het aanvragen van de (aanvullende) deblokkering wordt op de website van de Belastingdienst geplaatst.

 

Uitstel van inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting

De inkomstenbelasting en vennootschapsbelasting zijn aanslagbelastingen. Dit betekent dat u ze betaalt nadat u een aanslag hiervoor heeft gekregen van de belastingdienst. Na ontvangst van die aanslag kunt u een verzoek om uitstel van betaling indienen. Als u die aanslag dus nog niet heeft gekregen hoeft en kunt u nog geen uitstel van betaling aanvragen.

 

Uitstel energiebelasting en opslag duurzame energie

De heffing van energiebelasting en opslag duurzame energie voor bedrijven wordt tijdelijk uitgesteld. Voor leveringen van aardgas en elektriciteit in de maanden april, mei en juni 2020 wordt de energiebelasting en opslag duurzame energie, alsmede de btw hierover, op een later moment verschuldigd dan normaal. Het gaat om leveringen waarvoor de energieleverancier factureert zonder voorschotten of, als toch sprake is van voorschotten, de eindfactuur ziet op een kalendermaand. Uitgangspunt hierbij is dat de energieleverancier voor leveringen in de maanden april, mei en juni 2020 geen energiebelasting en opslag duurzame energie, noch de btw hierover, in rekening brengt bij de betreffende ondernemers. Op deze manier wordt aan bedrijven uitstel van betaling van de energiebelasting en opslag duurzame energie geboden. In oktober 2020 wordt energiebelasting en opslag duurzame energie, vermeerderd met de btw hierover, via een aanvullende factuur alsnog in rekening gebracht en verschuldigd door de energieleveranciers. Uitstel van verschuldigdheid voor eerdere maanden dan april 2020 is niet mogelijk gebleken.

 

Afspraken met energieleveranciers

De energieleveranciers zullen dit naar verwachting vanaf de tweede week van april kunnen uitvoeren. Het merendeel van de energieleveranciers zal de betreffende klanten het gewenste uitstel bieden. Sommige kleinere energieleveranciers zullen dit vanwege de administratieve lasten en personele bezetting niet kunnen doen.

De goedkeuring geldt niet voor de situatie waarbij de energieleverancier maandelijks een voorschotbedrag van zijn klant ontvangt en die klant jaarlijks een eindafrekening stuurt, zoals gebruikelijk is bij huishoudens en kleinere bedrijven. Mochten dergelijke bedrijven en particulieren als gevolg van de coronacrisis in betalingsproblemen komen, zijn de energieleveranciers bereid in gesprek met hen gaan om individuele afspraken te maken. Energieleveranciers hebben verschillende hulpmiddelen beschikbaar voor klanten met betalingsproblemen. Zo kunnen energieleveranciers waar mogelijk een specifieke betalingsregeling bieden of tijdelijk het maandbedrag of de incassodatum aanpassen. De klantadviseurs van de energieleveranciers staan klaar om te ondersteunen en mee te denken.

Met het oog op mogelijke financiële risico’s voor de energieleveranciers wordt nog onderzocht of voor de energiebelasting en opslag duurzame energie aanvullende afspraken moeten worden gemaakt voor zogenoemde oninbare vorderingen.

 

Gemeentelijke belastingen en waterschapsbelastingen

MKB-Nederland en VNO-NCW blijven gemeenten en waterschappen oproepen om de betaling van alle gemeentelijke en waterschapsbelastingen uit te stellen, te wachten met het sturen van facturen naar het lokale bedrijfsleven en zelf facturen van ondernemers zo snel mogelijk te betalen. Daarmee helpen zij het lokale bedrijfsleven om het hoofd boven water te houden tijdens de coronacrisis. Veel gemeenten en ook waterschappen hebben inmiddels aan deze oproep gehoor gegeven.

Bij gemeenten gaat het om de OZB, de toeristenbelasting, de precariobelasting en de reclamebelasting. Wat de toeristenbelasting betreft, moeten al geïnde voorschotten (gebaseerd op onjuiste schattingen) terugbetaald worden en moeten verhogingen worden teruggedraaid. Bijzondere aandacht moet worden gegeven aan werkgevers die de toeristenbelasting voor het verblijf van arbeidsmigranten voor hun rekening nemen. Het voldoen aan RIVM-normen betekent voor deze werkgevers extra kosten. Ook hier is een snelle  tegemoetkoming nodig.

 

Brabants samenwerkingsverband

Een goed voorbeeld is het Brabants interregionaal beleidsteam (iRBT) dat een lijn heeft ontwikkeld hoe gemeenten in Brabant om kunnen gaan met het opschorten van gemeentelijke belastingen en heffingen voor ondernemers. Het iRBT is een samenwerkingsverband van de drie Veiligheidsregio’s in de provincie. Het samenwerkingsverband pleit ervoor dat alle Brabantse gemeenten op dezelfde manier omgaan met het uitstellen van gemeentelijke belasting.

Het gaat in het advies om opschorten van OZB, reinigingsrecht, afvalstoffenheffing, reclame en/of BIZ-heffing, precario en toeristenbelasting. Door dit uitstel krijgen ondernemers die door de gevolgen van het coronavirus minder inkomsten hebben een liquiditeitsinjectie. Voorlopig zou het uitstel van betaling zijn, ter overbrugging van een moeilijke periode en geen afstel van betaling van belastingen. Geadviseerd wordt om betalingen tenminste tot 1 juni 2020 op te schorten. Hierdoor wordt wel tijd gecreëerd om te onderzoeken of het wenselijk is om ook Brabant breed beleid in te voeren voor kwijtschelding van belastingen.

 

Uitstel van betalen BPM

Uitstel van het betalen van BPM (belasting van personenauto's en motorvoertuigen) wordt in juni mogelijk gemaakt voor vergunninghouders, vanaf het tijdvak mei 2020. Een verzoek om uitstel van betaling van BPM is pas mogelijk als een naheffingsaanslag is opgelegd voor het tijdvak mei 2020; dat zal ongeveer half juli 2020 zijn. Een ondernemer die regelmatig kentekens voor personenauto's aanvraagt kan een vergunning aanvragen. Met zo'n vergunning kan de bpm achteraf betaald worden (per maand of per kwartaal).

 

Douane maatregelen in het kader van corona

Ook de Douane treft maatregelen om ondernemers te ondersteunen. De maatregelen zijn onder te verdelen in 4 categorieën:

 

Wettelijke termijnen

De Douane zorgt voor maatwerk voor bedrijven die niet kunnen voldoen aan de strikte wettelijke termijnen, zoals voor het indienen van aanvullende douaneaangiften (maandaangifte). Ze adviseren bedrijven om bezwaren en verzoeken om teruggaaf pro-forma in te dienen. Bij overschrijding van de wettelijke termijn houden zij rekening met de omstandigheden. Het niet-voldoen aan wettelijke termijnen voor douanevervoer als gevolg van coronamaatregelen geldt als een verschoonbare termijnoverschrijding.

 

Vergunningen

De Douane biedt ook maatwerk voor bedrijven die niet kunnen voldoen aan de solvabiliteitseisen van een AEO-vergunning, de toelating douanevertegenwoordiger of de vermindering dan wel ontheffing van de zekerheidsstelling op grond van een DWU-vergunning doorlopende zekerheid. De termijn voor lopende vergunningaanvragen die in verband met het coronavirus niet goed kunnen worden afgerond, wordt geschorst. Heeft uw bedrijf de vergunning elektronisch aangevraagd, dan dient u zelf uitstel van behandeling aan te vragen.

In het EU Trader Portal doet u dat via de knop 'Aanpassingen en termijn voorstellen'.

In het EU Customs Trader Portal (voor AEO-aanvragen) doet u dat via de knop

 

Uitstel van betaling

De Douane verleent bedrijven op verzoek uitstel van betaling. Dit uitstel geldt tot uiterlijk de 15e dag van de maand volgende op de maand waarin de verscherpte corona-maatregelen eindigen. Vooralsnog loopt het uitstel daarmee tot 15 juli.

Voor de accijns/verbruiksbelasting moet u op de normale manier aangifte doen. Kunt u het af te dragen bedrag niet, of niet volledig betalen? Dan hoeft u nog geen uitstel te vragen. Vraag om uitstel van betaling als u de naheffingsaanslag krijgt. Dit kunt u dan doen een mail te sturen naar de ontvanger van Douane Amsterdam: douane.nederland.invordering@belastingdienst.nl.

 

De regeling omtrent uitstel van betaling wordt nog nader uitgewerkt. Lees hier de laatste de ontwikkelingen daaromtrent.   

 

Boetes

Als geen sprake is van een overtreding dan wel misdrijf en of opzet/grove schuld, legt de Douane geen boete op. Indien u een beroep wilt doen op 1 of meer van bovenstaande maatregelen dan kunt u contact opnemen met het bedrijvencontactpunt in uw regio. Ook vindt u uitgebreider informatie op de website van de Douane

 

Tijdig aangifte loonheffingen indienen blijft van essentieel belang

De gegevensstroom in de maandelijkse loonaangiften van alle werkgevers in Nederland blijft van groot belang. Niet alleen voor het UWV ten behoeve van het correct kunnen blijven verzorgen van bijvoorbeeld uitkeringen, maar ook straks als aanknopingspunt voor het Noodfonds Overbrugging Werkgelegenheid (NOW)-regeling.

Dit noodfonds is bedoeld om werkgevers met omzetverlies te compenseren, zodat zij hun werknemers kunnen doorbetalen. Het volledige bericht hierover staat op de corona-pagina van de Belastingdienst. Wij roepen u dan ook op om hieraan gehoor te geven en om tijdig uw aangifte loonheffingen te blijven indienen. Het doen van aangifte heeft geen gevolgen voor het eventueel uitstel dat u zou willen hebben voor het afdragen van de verschuldigde loonheffing, daarover vindt u hier meer informatie

 

 

Belastinguitstel en bestuurdersaansprakelijkheid: eenvoudige regeling

Iedere onderneming die door de coronacrisis in financiële problemen is gekomen, kan uitstel van betaling van een groot aantal belastingen vragen. Een aandachtspunt daarbij is het risico van fiscale bestuurdersaansprakelijkheid. Volgens de bestaande invorderingsregels kunnen bestuurders van een onderneming persoonlijk aansprakelijk worden gesteld voor niet betaalde loon- en omzetbelasting. Een tijdige melding van betalingsonmacht bij de Belastingdienst kan het risico van aansprakelijkstelling beperken. De wet bepaalt dat die melding in ieder geval moet worden gedaan binnen twee weken nadat de belasting betaald had moeten worden. In verband met de coronacrisis geldt op dit punt een belangrijke vereenvoudiging: het verzoek om verzoek om uitstel van betaling geldt in beginsel als melding van betalingsonmacht. Dit betekent dat de melding niet binnen de wettelijke termijn behoeft te worden gedaan. Uitstel kan immers pas worden gevraagd na het opleggen van de aanslag. 

De melding is tijdig voor de tijdvakken vanaf februari 2020. Dit betekent het volgende: de melding van betalingsonmacht is rechtsgeldig voor de tijdvakken vanaf februari 2020 voor zover de betalingsonmacht daadwerkelijk is ontstaan door de coronacrisis. Zijn tijdvakken voorafgaand aan februari 2020 nog niet betaald? Dan is de melding voor die tijdvakken niet op tijd en niet rechtsgeldig.

 

Vereenvoudiging

Bestuurders kunnen hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld als de onderneming belastingen niet kan betalen. Het moet dan wel aannemelijk zijn dat dit het gevolg is van verwijtbaar kennelijk onbehoorlijk bestuur. Maar een bestuurder kan ook aansprakelijk worden gesteld als hij niet op tijd bij de Belastingdienst heeft gemeld dat belastingen niet kunnen worden betaald. Volgens de wet moet die melding in ieder geval worden gedaan binnen twee weken nadat de belasting betaald had moeten worden. Zonder de nu getroffen vereenvoudiging zou de meldingstermijn voor bijvoorbeeld een ondernemer die loon- en omzetbelasting over februari 2020 is verschuldigd (en die eind maart betaald had moeten worden), sluiten op 14 april. De vereenvoudiging leidt ertoe dat de Belastingdienst het verzoek om uitstel van betaling in beginsel ook als een melding van betalingsonmacht ziet. De dienst beoordeelt die melding van betalingsonmacht en de ondernemer krijgt daarover afzonderlijk bericht.

 

Wie valt onder de fiscale bestuurdersaansprakelijkheid?

In de praktijk gaat het vooral om bestuurders van nv's en bv's. Maar daarnaast ook om coöperatieve verenigingen, onderlinge verzekeringsmaatschappijen en verenigingen die op onderlinge grondslag als verzekering- of kredietinstelling optreden. Verder geldt de bestuurdersaansprakelijkheid voor bestuurders van stichtingen die onder de vennootschapsbelasting vallen.

In de situatie waarin de bestuurder van een (dochter)onderneming een andere (moeder)onderneming is, kunnen de bestuurders van laatstgenoemde onderneming aansprakelijk worden gesteld. Ook bestuurders van buitenlandse rechtspersonen kunnen te maken krijgen met de bestuurdersaansprakelijkheid als de onderneming volledig rechtsbevoegd is en in Nederland onder de vennootschapsbelasting valt.

 

Gevolgen van uitstel betalen loon- en omzetbelasting voor verklaring betalingsgedrag

Als een ondernemer gebruik maakt van de bijzondere uitstelregeling voor het betalen van loon- en omzetbelasting, welk gevolg heeft dat dan voor de verklaring betalingsgedrag keten- en inlenersaansprakelijkheid? Gebruikmaking van de uitstelregeling is voor de Belastingdienst geen reden om zogenoemde schone verklaringen te weigeren. Dat geldt ook bij het doen van een melding betalingsonmacht in het kader van de fiscale bestuurdersaansprakelijkheid. Als een gevraagde schone verklaring wordt geweigerd, dan heeft de Belastingdienst daarvoor een andere reden. 

 

Inlenersaansprakelijkheid

De verklaring betalingsgedrag heeft te maken met de inlenersaansprakelijkheidsregeling. De Belastingdienst kan de inlener aansprakelijk stellen voor de loonheffingen en omzetbelasting wanneer de uitlener van de arbeidskrachten deze heffingen niet betaalt. Naast de inlener kan ook de doorlener aansprakelijk worden gesteld. Dat geldt voor de hele keten van aannemers die gebruik hebben gemaakt van ingeleend personeel. De inlener en de doorlener kunnen het risico van hun aansprakelijkheid beperken door bijvoorbeeld een verklaring betalingsgedrag van hun uitlener te vragen. Er zijn twee soorten verklaringen betalingsgedrag: een schone verklaring (geen belastingschulden) en een voorbehoudverklaring (bij bijvoorbeeld een betalingsregeling).

 

WBSO-aanvragen versoepeld

Innovatieve ondernemers krijgen meer tijd om mededelingen en aanvragen voor de WBSO te doen. Ondernemers die in 2019 een S&O-verklaring hebben ontvangen moeten normaal gesproken uiterlijk 31 maart 2020 een mededeling doen bij RVO van de gerealiseerde S&O-uren en eventuele gemaakte kosten en uitgaven over het jaar 2019. Die termijn wordt verlengd tot en met 15 juni 2020. Ondernemers die WBSO willen aanvragen vanaf april 2020, moeten normaal gesproken uiterlijk 31 maart een aanvraag indienen. Deze termijn is verlengd tot en met zondag 5 april 2020. Lees meer op de website van RVO.

 

Verlaging voorlopige aanslagen

Ondernemers betalen nu belasting op basis van een voorlopige aanslag inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting. Ondernemers die een lagere winst verwachten door de coronacrisis kunnen een verzoek indienen voor een verlaging van de voorlopige aanslag. Deze verzoeken zullen door de Belastingdienst worden ingewilligd. Daardoor gaan ondernemers meteen minder belasting betalen. Het kan ook zo zijn dat het bedrag van de nieuwe voorlopige aanslag lager is dan de belasting die de ondernemer in de eerste maanden van dit jaar al heeft betaald. In dat geval krijgt de ondernemer het verschil uitbetaald.

 

Uitlenen zorgpersoneel tijdelijk buiten de heffing van btw

Door de coronacrisis wordt meer dan gebruikelijk zorgpersoneel in- en uitgeleend. Niet alleen door zorginstellingen, zorginrichtingen en zorgverleners, maar ook door andere bedrijven zoals uitzendbureaus. Het uitlenen van personeel is normaal gesproken een met btw belaste prestatie. In deze tijd vindt het kabinet het ongewenst dat de btw-regels voor de uitleen van personeel tot extra financiële of administratieve lasten leiden. Daarom is in een beleidsbesluit een tijdelijke maatregel getroffen. Voor de periode van 16 maart 2020 tot 16 juni 2020 (3 maanden) is goedgekeurd dat de uitleen van zorgpersoneel buiten de heffing van btw blijft.

 

Om gebruik te kunnen maken van deze maatregel gelden de volgende voorwaarden:

  • De inlener is een zorginstelling of zorginrichting die een in het besluit genoemde btw-vrijstelling toepast. Het gaat daarbij om instellingen die zijn genoemd in artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van de Wet OB of aan instellingen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, aanhef en onderdeel f, van de Wet OB, jo Bijlage B behorende bij het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968, posten b-9, b-12, b-13 en b-23).
  • De uitlener vermeldt op de factuur dat gebruik wordt gemaakt van deze goedkeuring en legt de gegevens die betrekking hebben op de toepassing van deze goedkeuring vast in de administratie.
  • De uitlener mag alleen de brutoloonkosten in rekening brengen aan de inlener, eventueel verhoogd met een administratieve kostenvergoeding van maximaal 5 %.
  • Er mag met deze uitleen geen winst worden beoogd of gemaakt.
  • Deze maatregel heeft géén invloed op de aftrek van voorbelasting van de uitlener. Bent u bijvoorbeeld een uitlener, levert u normaal gesproken prestaties die belast zijn voor de btw en kunt u daardoor de inkoop-btw aftrekken? Dan kunt u de inkoop-btw ook nu blijven aftrekken.

 

Verlaagd btw-tarief voor online sportlessen

 

In verband met de bestrijding van de coronacrisis zijn sportscholen tijdelijk verplicht gesloten. Sportscholen werken veelal met abonnementen, waarbij hun afnemers voor langere tijd of meerdere keren de gelegenheid wordt geboden tot sportbeoefening.  Om hun afnemers toch nog van dienst te kunnen zijn, bieden sportscholen hun diensten nu in aangepaste vorm online aan. De toepassing van het verlaagde btw-tarief van 9% is echter gekoppeld aan het ter beschikking stellen van sportaccommodaties. Bij online diensten is daarvan geen sprake.

Vanwege de bijzondere situatie en het tijdelijke karakter van de sluiting is in een beleidsbesluit goedgekeurd dat het verlaagde btw-tarief van toepassing is op de sportlessen die sportscholen en dergelijke ondernemers gedurende de verplichte sluiting online aan hun afnemers aanbieden.

Deze maatregel kan met terugwerkende kracht worden toegepast vanaf 16 maart 2020 en geldt totdat de verplichte sluiting wordt opgeheven.

 

 

Btw bij het schenken van medische hulpgoederen en medische apparatuur

Ondernemers die gratis medische hulpmiddelen aan zorginstellingen, zorginrichtingen en huisartsen verstrekken, hoeven daarover geen btw te betalen en ondervinden geen gevolgen voor de aftrek van btw. De staatssecretaris van Financiën heeft dat goedgekeurd in een beleidsbesluit. De ondernemer moet dan wel op de factuur vermelden dat van deze goedkeuring gebruik wordt gemaakt en hij moet de gegevens die betrekking hebben op de toepassing van de goedkeuring in de administratie vastleggen.

 

Normaliter zou deze schenking invloed kunnen hebben op de inkoop-btw. Dat zou een extra financiële en administratieve last betekenen. Dat wil het kabinet niet. Daarom heeft deze schenking voor de periode van 16 maart 2020 tot 16 juni 2020 (3 maanden) géén invloed op de aftrek van voorbelasting.

Een ondernemer die normaal gesproken voor de btw belaste prestaties verricht en de inkoop-btw kan aftrekken, kan dat blijven doen. Voor de aftrek van btw maken de kosten van de goederen onderdeel uit van de algemene kosten van de ondernemer. Het recht op aftrek van btw voor deze algemene kosten wordt bepaald op basis van de totale omzet van de ondernemer, waarbij de gratis verstrekking van de goederen buiten beschouwing blijft.

Voor deze goedkeuring gelden de volgende vier voorwaarden:

  1. De goedkeuring betreft alleen goederen die worden genoemd in de “Bijlage Gepubliceerde lijst van de Wereld Douaneorganisatie; indelingen van medische voorzieningen in verband met uitbraak Covid-19” Zie tweedekamer.nl/kamerstukken/detail?id=2020D14328&did=2020D14328
  2. Voor de aftrek van btw maken de kosten van de goederen onderdeel uit van de algemene kosten van de ondernemer.
  3. Het recht op aftrek van btw voor deze algemene kosten wordt bepaald op basis van de totale omzet van de ondernemer, waarbij de gratis verstrekking van de goederen buiten beschouwing blijft. 
  4. De ondernemer moet op de factuur vermelden dat gebruik wordt gemaakt van deze goedkeuring en de gegevens die betrekking hebben op de toepassing van de goedkeuring in de administratie vastleggen.

 

Fiscale coronareserve

Ondernemers die vennootschapsbelasting betalen, kunnen het te verwachten verlies als gevolg van de coronacrisis ten laste brengen van de winst over 2019 door in de aangifte over 2019 een fiscale coronareserve te vormen. De fiscale coronareserve bedraagt maximaal de fiscale winst over 2019. Hierdoor kan snel de eerder over 2019 betaalde vennootschapsbelasting worden teruggegeven aan ondernemers. Ondernemers hoeven op deze manier niet te wachten totdat zij het verlies in de aangifte over 2020 kunnen verrekenen met de definitieve aanslag over 2019. Op korte termijn wordt bekend gemaakt wat bedrijven moeten doen en welke voorwaarden gelden om aanspraak te maken op de fiscale coronareserve. De fiscale coronareserve is een goede maatregel die snel een liquiditeitsvoordeel aan ondernemers geeft. De maatregel zou aan effectiviteit kunnen winnen als die ook geldt in de inkomstenbelasting en tevens kan leiden tot een compensabel verlies over 2019.

 

Versoepeling urencriterium

Zelfstandig ondernemers kunnen aanspraak maken op ondernemersfaciliteiten zoals de zelfstandigenaftrek, de meewerkaftrek en de oudedagsreserve als is voldaan het zogenoemde urencriterium (ten minste 1225 uren per kalenderjaar). Om te voorkomen dat ondernemers als gevolg van het coronavirus niet kunnen voldoen aan de urennorm wordt geregeld dat ondernemers worden geacht tussen 1 maart en 31 mei 2020 altijd ten minste 24 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed, ook als dat in de praktijk niet mogelijk was. Ook het urencriterium voor de startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid wordt op deze manier versoepeld, zodat betreffende ondernemers geacht worden ten minste 16 uren per week aan hun onderneming te hebben besteed.

 

Ook voor seizoengebonden ondernemers komt er een versoepeling van het urencriterium in 2020. Zij worden geacht het aantal uren te hebben besteed in deze periode zoals zij dat ook in andere jaren plegen te doen. Met behulp van de administratie over 2019 kan de ondernemer inschatten hoeveel uren hij aan de onderneming heeft besteed tussen 1 maart en 31 mei.

 

Versoepeling gebruikelijk loon

De gebruikelijk loonregeling voor directeur grootaandeelhouders (dga’s) wordt versoepeld. In het jaar 2020 wordt toestaan dat dga’s die te maken krijgen met een omzetdaling, een lager gebruikelijk loon in aanmerking mogen nemen, evenredig met de omzetdaling. Daarbij wordt hetzelfde deel van het jaar in 2020 dan vergeleken met dezelfde periode in 2019. De vormgeving van deze maatregel en de voorwaarden zullen vergelijkbaar zijn met eenzelfde regeling en voorwaarden die tijdens de kredietcrisis in 2009 zijn getroffen.

 

Uitstel maatregel tegen excessief lenen

Het kabinet stelt de inwerkingtreding van het wetsvoorstel Wet excessief lenen bij de eigen vennootschap uit met een jaar (2023 i.p.v. 2022). Het wetsvoorstel belast de schulden van de DGA aan de BV als die hoger zijn dan € 500.000. Veel dga’s zullen de schuld voor de inwerkingtreding van de wet willen aflossen. Maar omdat dit door de crisis lastiger is, krijgen dga’s tot 31 december 2023 de tijd om te anticiperen op het wetsvoorstel. Het wetsvoorstel wordt binnenkort aan de Kamer gezonden.

Het wetsvoorstel zet aan tot het onttrekken van vermogen aan de onderneming. Het zou daarom goed zijn als ook wordt nagedacht over eerbiedigende werking voor bestaande gevallen. Op die manier blijft de liquiditeit in de onderneming en kan de bedrijfsvoering doorgaan. Dat geldt niet alleen nu, maar ook straks als we uit de crisis komen en bedrijven weer moeten investeren.

 

Werkkostenregeling

De vrije ruimte over de eerste € 400.000 van de loonsom wordt voor 2020 eenmalig en tijdelijk verhoogd van 1,7 naar 3%. De maatregel kan op korte termijn een impuls geven aan getroffen sectoren doordat werkgevers meer ruimte krijgen om hun personeel bijvoorbeeld een bosje bloemen of cadeaubon te geven. Wanneer het straks weer mogelijk is om personeelsuitjes en recepties te organiseren, zullen ook de horeca- en evenementenbranche van deze maatregel kunnen profiteren.

 

Meldingsplicht bodemrecht tijdelijk veranderd

 

Vanwege de coronacrisis is de zogenoemde meldingsplicht bodemrecht voor pandhouders en andere schuldeisers tijdelijk veranderd.

 

Wat is een bodemrecht?

Wanneer een ondernemer of onderneming (hierna: belastingschuldige) zijn zakelijke belastingschuld (zoals loonbelasting of btw) niet betaalt, kan de Belastingdienst gebruik maken van het zogenoemde bodemrecht. Dit betekent dat de fiscus beslag kan leggen op goederen die zich op de bodem van de belastingplichtige bevinden, het zogenoemde bodembeslag. Denk aan de inventaris van een bedrijf, machines en apparaten. De Belastingdienst hoeft in principe geen rekening te houden met eigendomsrechten of een pandrecht van derden (zoals die van een leverancier of een bank).

 

Wanneer geldt de meldingsplicht?

Een meldingsplicht aan de fiscus geldt bijvoorbeeld wanneer een pandhouder de goederen waarop de fiscus een bodemrecht heeft wil verkopen. Van dit voornemen moet dan eerst melding gemaakt worden aan de fiscus. De Belastingdienst heeft dan vier weken de tijd om te beslissen of zij wel of niet een bodembeslag wil leggen. De meldingsplicht moet voorkomen dat goederen buiten het bereik van de fiscus kunnen komen en er daardoor geen bodembeslag meer op zou kunnen leggen.

 

Wat is er vanwege de coronacrisis veranderd?

Vanwege de coronacrisis is nu geregeld dat de meldingsplicht niet geldt als er aan de belastingschuldige door bijvoorbeeld een pandhouder of leverancier betalingsuitstel is verleend in verband met de gevolgen van de coronacrisis.

Ook is geregeld dat de meldingsplicht niet geldt als een pandhouder of leverancier van zijn rechten gebruik wil maken als een betalingsachterstand is veroorzaakt door de gevolgen van de coronacrisis. Lees hier het complete beleidsbesluit.

 

Overzicht informatiebronnen voor werkgevers

Op zoek naar een totaaloverzicht van informatie over het coronavirus klik dan hier.

Lees meer