Consultatie voorontwerp Implementatie wet registratie uiteindelijk belanghebbenden, brief aan de ministers van Financiën, EZ en V&J

Stuur ons een bericht


We proberen binnen 2 werkdagen te reageren.
Verder gelden deze spelregels.
Annuleren
? Contact
08-05-2017

Excellentie,

 

VNO-NCW en MKB-Nederland maken graag gebruik van de mogelijkheid te reageren op de consultatie over het voorontwerp voor de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden ("het Voorontwerp"). Het Voorontwerp implementeert de verplichting voor de lidstaten uit de vierde antiwitwasrichtlijn (hierna: “de richtlijn") om een centraal register van uiteindelijk belanghebbenden in te richten.

 

Naast het maatschappelijke belang om witwassen en financiering van terrorisme te voorkomen, hebben met name de (eigenaren van) familiebedrijven én ondernemingen die meldingsplichtig zijn onder de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft) en de Sanctiewet een direct en herkenbaar belang bij de wijze waarop het register wordt ingericht.

 

  • Voor familiebedrijven betekent het voorgestelde register een te zware inbreuk op hun privacy. Met ruim 260.000 familiebedrijven vormen zij ongeveer 70% van het totaal aantal ondernemingen met personeel. Samen zijn deze familiebedrijven verantwoordelijk voor ruim 49% van de werkgelegenheid en bijna 53% van het BNP. Het mag niet zo zijn dat het register (doordat het te weinig waarborgen en beperkingen kent voor de toegang ervan) zorgt dat familiebedrijven zich niet langer in Nederland thuis zouden voelen. Het is daarom van groot belang dat Nederland de meest ondernemersvriendelijke aanpak kiest [1] én de privacy van de familieleden achter deze bedrijven ruim voldoende beschermd is.

     

  • Voor de meldingsplichtige Wwft- en Wft-instellingen biedt een register een hulpmiddel bij het voldoen aan hun onderzoeksplicht uit de Wwft en de Sanctiewet. Deze entiteiten moeten namelijk een cliëntenonderzoek uitvoeren onder andere naar de identiteit van de uiteindelijk belanghebbende, voordat een zakelijke relatie wordt aangegaan of transacties worden uitgevoerd. In de praktijk betekent dit dat deze ondernemingen bij herhaling deze gegevens moeten opvragen bij hun cliënten. Het is daarom van belang dat de vormgeving van het register zo is dat de kosten en administratieve lasten voor zowel de cliënten als de meldingsplichtige entiteiten worden verminderd. Hierbij moet er wel uitdrukkelijk rekening mee worden gehouden dat de kring van meldingsplichtige Wwft-instellingen [2] slechts voor een deel bestaat uit wettelijk gereguleerde ondernemingen die ook onder overheidstoezicht staan. Ook de kring van Wft-instellingen is uitgebreid, maar hier zou een verbijzondering naar specifieke Wft-instellingen gehanteerd kunnen worden. Het mag echter niet zo zijn dat de noodzakelijke bescherming van de privacy voor familiebedrijven teniet wordt gedaan door een feitelijk onbeperkte toegang.

     

Beoordeling
In een aantal recente uitspraken van mensenrechtenhoven zijn de subsidiariteits-, effectiviteits- en proportionaliteitseisen voor gerechtvaardigde inbreuken op privacy en de bescherming van persoonsgegevens aanzienlijk verscherpt. Deze uitspraken leiden tot de conclusie dat de richtlijn zelf niet (langer) in overeenstemming is met het EU recht. Ook de European Data Protection Supervisor (EDPS) concludeert in een opinie van 2 februari 2017 dat de registratie van uiteindelijk belanghebbenden op basis van de Europese richtlijnen niet voldoet aan de vereisten van proportionaliteit. Daar komt bij dat het voorontwerp op onderdelen verder gaat dan de richtlijn voorschrijft, zodat het Voorontwerp nog in sterkere mate in strijd is met deze eisen. In bijlage 1 zijn deze punten nader uitgewerkt.

 

Daarbij zijn wij van mening dat de gekozen vormgeving in het Voorontwerp geen noemenswaardige bijdrage levert aan het terugdringen van de huidige kosten en
administratieve lasten.

 

De combinatie van de economische belangen voor ons land en deze nieuwe juridische inzichten vormen naar de mening van VNO-NCW en MKB-Nederland overtuigende argumenten die tot de conclusie moeten leiden dat het kabinet er bij de Europese Commissie op zal aandringen om de richtlijn in overeenstemming te brengen met het EU-recht. Tot deze aanpassing heeft plaatsgevonden, gaan wij ervan uit dat het kabinet het Voorontwerp aanhoudt.

 

Onverminderd het voorgaande, is in bijlage 2 bij deze brief meer technisch commentaar op het Voorontwerp opgenomen.

 

Wij verzoeken u dit commentaar te betrekken bij de verdere besluitvorming.

 

Hoogachtend,

 

Mr. J.M. Lammers
Directeur Economische Zaken

 

____________________________________________________________

 

 
[1] Duitsland kiest bijvoorbeeld
voor een besloten register. http://www.bundesfinanzministerium.de/Content/DE/Downloads/Gesetze/2017-02-22-eu-geldwaescherichtlinie.pdf?__blob=publicationFile&v=7
 
[2]banken, kredietinstellingen, effecteninstellingen, beleggingsinstellingen, geldtransactiekantoren/wisselinstellingen, providers voor geldtransactiekantoren, levensverzekeraars, assurantietussenpersonen, voor zover deze bemiddelen in levensverzekeringen, creditcardmaatschappijen, casino's, handelaren in zaken van grote waarde, overige handelaren, accountants, advocaten, bedrijfseconomische adviseurs, belastingadviseurs, bemiddelaars in onroerende zaken, makelaars in onroerend goed, notarissen, onafhankelijk juridisch adviseurs, trustkantoren, beleggingsondernemingen, bijkantoren van financiële ondernemingen met zetel in het buitenland, betaaldienstagenten, betaaldienstverleners, elektronischgeldinstellingen, natuurlijk persoon, rechtspersoon of vennootschap die beroeps- of bedrijfsmatig een adres of postadres ter beschikking stelt, taxateurs
 
Lees meer over